Verkeersregels bromfiets

 

Verkeersregels bromfiets

Alle verkeersregels voor bromfietsen staan in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. In de brochure Verkeersborden en Verkeersregels in Nederland staat een samenvatting van deze regels.

De regels voor het rijden onder invloed van alcohol en drugs zijn voor bromfietsers hetzelfde als voor automobilisten. Iemand die rijdt onder invloed kan een geldboete, gevangenisstraf of rijontzegging krijgen.

 

Artikel 3 (artikel 1, 2, 2a en 2b in bijlage 3)

1 Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden.

2 Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar rijden. Dit geldt niet voor snorfietsers.

Artikel 4

1 Voetgangers gebruiken het troüoir of het voetpad.

2 Zij gebruiken het fietspad of het fiets/bromfietspad indien troüoir en voetpad ontbreken.

3 Zij gebruiken de berm of de uiterste zijde van de rijbaan, indien ook een fietspad of een fiets/bromfiets pad ontbreekt.

4 In afwijking van het eerste en tweede lid gebruiken personen die zich verplaatsen met behulp van voorwerpen, niet zijnde voertuigen, het fietspad, het fiets/bromfietspad, het troüoir of het voetpad. Zij

gebruiken de rijbaan indien een fietspad, een fiets/ bromfietspad, een troüoir of een voetpad ontbreekt.

Artikel 5

1 Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad.

2 Zij gebruiken de rijbaan indien een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.

3 Zij mogen het onverplichte fietspad gebruiken. Bestuurders van snorfietsen uitgerust met een verbrandingsmotor mogen het onverplichte fietspad slechts gebruiken met uitgeschakelde motor.

4 Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter en van fietsen met aanhangwagen die met inbegrip van de lading breder zijn dan0,75 meter mogen de rijbaan gebruiken.

5 Bestuurders vanaf 16 jaar van snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet mogen het troüoir en het voetpad gebruiken indien zij beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een bij ministeriële

regeling aangewezen kaart ten behoeve van hetvervoer van gehandicapten.

6 Bestuurders jonger dan 16 jaar van snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet gebruiken het troüoir ofhet voetpad indien zij beschikken over een gehandicaptenparkeerkaartof een bij ministeriëleregeling aangewezen kaart ten behoeve van hetvervoer van gehandicapten.

7 Het eerste lid, het tweede lid en het vierde lid geldenniet voor bestuurders als bedoeld in het zesde lid.

Artikel 6

1 Bromfietsers gebruiken het fiets/bromfietspad.

2 Zij gebruiken de rijbaan indien een fiets/bromfiets pad ontbreekt.

3 Bestuurders van bromfietsen op meer dan twee wielen en bromfietsen met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter, mogen de rijbaan gebruiken. Verkeersborden en Verkeersregels in Nederland | 11

Artikel 7

Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig gebruiken het troüoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfiets pad of de rijbaan.

Artikel 10

1 Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 gebruiken de rijbaan. Deze bestuurders en voetgangers die een aanhangwagen voortbewegen die kennelijk bestemd is om door een motorvoertuig te worden voortbewogen mogen voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/brom fietspad of het ruiterpad.

2 Andere bestuurders dan fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig mogen fietsstroken met doorgetrokken strepen niet gebruiken.

 

Maximumsnelheid

Artikel 19

De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.

Artikel 20

Binnen de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

a. voor motorvoertuigen 50 km per uur;

b. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:

1 op het fietspad of het fiets/bromfietspad 30 km per uur;

2 op de rijbaan 45 km per uur;

c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het troüoir of het voetpad 6 km per uur.

Artikel 21

Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

a. voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur;

b. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:

1 op het fietspad of het fiets/bromfietspad 40 km per uur;

2 op de rijbaan 45 km per uur;

c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het troüoir of het voetpad 6 km per uur.

 

Het plaatsen van fietsen en bromfietsen

Artikel 27

Fietsen en bromfietsen worden geplaatst op het trottoir, op het voetpad of in de berm dan wel op andere door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen.

Gebruik van lichten tijdens het rijden

Artikel 32

1 Bestuurders van een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, niet zijnde een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet, een gehandicaptenvoertuig dat is Verkeersborden en Verkeersregels in Nederland | 25 uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, voeren bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht dimlicht. Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en niet is voorzien van een gesloten carrosserie voeren alsdan de in artikel 5.18.43, eerste lid, van de Regeling voertuigen bedoelde lichten.

2 Het voeren van groot licht in plaats van dimlicht is toegestaan behoudens in de volgende gevallen:

a. bij dag;

b. bij het tegenkomen van een andere weggebruiker

en

c. bij het op korte afstand volgen van een andervoertuig.

3 Achterlicht en de verlichting van de achter kentekenplaat moeten steeds gelijktijdig met groot licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht branden.

 

Onnodig geluid

Artikel 57

Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken.

Helmen

Artikel 60

1 De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motor - fietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goed keurings merk als bedoeld in de Regeling toelating helmen.

2 Het eerste lid geldt niet voor:

a. de bestuurder en de passagiers van een snorfiets;

b. de bestuurder en de achter hem ziüende passagier van een brombakfiets;

c. de bestuurder of de passagier van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen type bromfiets, niet zijnde een brommobiel, of motorfiets van wie de zitplaats beschermd wordt door een veiligheidscel en voorzien is van een autogordel, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt. Bij de aanwijzing kan onderscheid gemaakt worden tussen de bestuurder en de passagiers ten aanzien van de gelding van het eerste lid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de eisen waaraan een Verkeersborden en Verkeersregels in Nederland | 43 type bromfiets of motorfiets moet voldoen om te kunnen worden aangewezen. Deze regels zien in elk geval op de eisen die gesteld worden aan de veiligheidscel en de autogordels;

d. de bestuurder of de passagiers van een brommobiel zonder gesloten carrosserie of een driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie van wie de zitplaats in deze brommobiel of dat motorvoertuig is voorzien van bevestigingspunten voor een autogordel overeenkomstig richtlijn 97/24/EG, zoals deze gold op de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen, en van een autogordel die voldoet aan artikel 5.6.47, derde en vierde lid, van de Regeling voertuigen of aan artikel 5.5.47, vierde en vijfde lid, van de Regeling voertuigen, mits van deze autogordel gebruik gemaakt wordt.

3 Het is bestuurders verboden passagiers beneden de twaalf jaren te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven.

 

Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur

Artikel 61a

Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt, verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.

 

Verkeerslichten

Artikel 68

1 Bij driekleurige verkeerslichten betekent:

a. groen licht: doorgaan;

b. geel licht: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;

c. rood licht: stop.

2 Indien in een driekleurig verkeerslicht of in een daaraan toegevoegd éénkleurig verkeerslicht een Verkeersborden en Verkeersregels in Nederland | 49 verlichte pijl zichtbaar is, geldt het licht uitsluitend voor de door de pijl aangegeven richting.

3 Indien een verlichte a±eelding van een fiets zichtbaar is, geldt het licht voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.

4 Bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire kolonne die het verkeerslicht bij groen licht is begonnen te passeren, mogen blijven doorgaan ook nadat een andere kleur licht zichtbaar is geworden.

5 Indien onder of bij een driekleurig verkeerslicht een bord is geplaatst met de tekst ‘Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij’ gelden het gele en het rode licht niet voor rechts afslaande fietsers, bromfietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Indien onder of bij een driekleurig verkeerslicht een bord is geplaatst met de tekst ‘Rechtsaf voor fietsers vrij’ gelden het gele en het rode licht niet voor rechts afslaande fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.

6 Zij dienen alsdan het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan.

7 Ingeval een weg is verdeeld in rijstroken met verkeer in dezelfde richting, kan de toepassing van een ver keerslicht worden beperkt tot één van deze rijstroken. In dat geval heeû het verkeerslicht slechts betrekking op het verkeer op de aangeduide rijstrook.